Werken met symbolen

symbolen klankschaal water blauw geel rood bergkristal bergkristal muis kaas regenstok woestijnroos

Het is een schitterende zomerdag. Een dag geschonken aan schitterende kinderen. We zitten in een kring op de grond. De vele symbolen doen hun werk. Ik zie in hun blik de vragen twinkelen: Waarvoor dient al deze verf, de klei, het papier, de échte schildersdoeken? Wat wordt er van ons verwacht? Wat betekenen die - toch wel - mooie stok, die grappige muisjes, die vele onbekende dingen? De nieuwsgierigheid haalt het op de voorzichtigheid. Ook hier staan muisjes. Zachte grijze muisjes met kleurrijke oren kijken ons aan. Er zijn ook stukjes kaas. Een bol uit bergkristal die hun aandacht trekt. Er is zoveel licht om hen heen. In het licht van dit samenzijn stellen we ons aan elkaar voor. Het ijs is gebroken.

Ik neem hen mee in de wereld van Frederickje, de muis, die leeft in een wereld van kleuren, dromen en verbondenheid. Ik zie de kinderen al luisterend wegdromen. Voorzichtig en aftastend bevraag ik hen: 'Wat doen wij met onze dromen, met kleuren die in onze buik leven, met ons verlangen om elkaar gelukkig te maken, om ondanks alles zelf gelukkig te zijn?'

De muisjes en de kaasjes die ik meebracht brengen een stukje van het antwoord. Ik nodig hen uit om een muis én een stukje kaas te kiezen. Op de achterkant van de stukjes kaas staan woorden zoals: schoonheid, openheid, blijheid, vertrouwen, speelsheid, liefde, vriendschap, eerlijkheid, wijsheid, spontaniteit, trouw, inzet, vrede, durf, kracht, rust, moed, kalmte, geluk, geduld, warmte, geloof, hoop, zorg, kiezen, schitteren, dapperheid, zachtheid, ontspanning, groeikracht, vrijheid, luisteren, aandacht, zonneschijn, verbondenheid, humor, genieten.

Zou het kunnen dat het woord dat op jouw kaasje staat iets zegt over wie jij bent?' 'Ja, ik ben een speelvogel en ik, ik hou van gezelligheid en warmte.' 'Ik weet dat ik goed kan luisteren...' 'Ik probeer eerlijk te zijn.' Ontroerend mooi is dit gebeuren. Een wereld van gevoelens wordt ontdekt. We gaan deze wereld stap na stap heel subtiel verder ontplooien.

Mijn oog valt op de regenstok... mijn mooie regenstok. Een geschenk van mijn zoon die zwervend door Zuid-Amerika zich blijvend verbonden voelde met de dromen van zijn mama. Ik kijk naar het symbool van de verbindende liefde die wij voor elkaar voelen. De regenstok gaat bewonderend van hand tot hand. Ik zie de fascinatie in hun ogen. 'Hoor je het prachtige geluid? Toch zien we niets. Wat is dat dan dat zo zacht en verbazingwekkend lang in onze oren klinkt?'

Ik gebruik de regenstok als metafoor voor de gevoelens. Wat we voelen zit binnen in ons. Het is onzichtbaar, onhoorbaar. Alleen als we het aanraken, als we er iets mee doen dan maakt het onzichtbare zich kenbaar. Gevoelens van vreugde en verdriet maken geluid in onze buik, in ons hart, soms in ons hele lichaam. Ik neem hen mee op een reis van beeldspraak en herkenning.

Als de regenstok pas gesneden is, is het geluid dof. Het is alsof de pijn van het afgesneden zijn alleen doffe klanken kan voortbrengen. De stekels van de cactus (want dat is de regenstok) bewegen zich moeizaam doorheen het binnenste. Het is alsof ze wenen om het gebroken bestaan. De tijd zorgt ervoor dat datgene wat er vanbinnen zit mee gaat stromen, helderder en puurder wordt. Maar het is niet alleen de tijd die wat er vanbinnen zit mooier maakt. Het is vooral de zorg van anderen, de liefde die voor die stok gevoeld en getoond wordt. Mensen leren van die stok te houden. Ze nemen hem vast, praten ermee, geven hem door. Ze zorgen ervoor dat hij warmte krijgt waardoor zijn stekels opdrogen en muziek worden.

Het verhaal boeit. 'Kan je je voorstellen dat het met onze gevoelens van verdriet en gemis precies zo gaat als bij de regenstok?' Er wordt hier en daar instemmend geknikt. 'Ja, ik wéét dat nog van de eerste keer dat mijn broer opgenomen werd. Eerst was alles dof. Nu kunnen we weer samen lachen.'

Zie je daar dat verschrompeld bolletje? Het is een woestijnroos, de roos van Jericho. De cactus leeft in de woestijn. Nu is ze droog. Ze kreeg lang geen water. De wind van de woestijn heeft haar meegenomen en verder gebracht. Ze kon weinig zelf doen. Ze was veel te dorstig. Een beetje eenzaam, alleen en verdwaald in die grote vlakte. Ze ging op zoek naar water, zoals de Kleine Prins op zoek ging naar de Bron. Kennen jullie het verhaal van De Kleine Prins? Ja. Neen. Vraag thuis maar eens aan iemand dat ze jou het verhaal van De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry vertellen. Je zal zien dat het een prachtig verhaal is.

Er staat ook een kannetje. Een zilveren kannetje met water. Ik vraag aan één van de kinderen om de woestijnroos water te geven. We kijken naar wat er gebeurt. Het is alsof het droge ding van het water drinkt. Al het droge wordt langzaam soepel en groen. De roos opent zich.

Zo is het ook met ons allen. Soms verschrompelen we een beetje. Opeens ontmoeten we iemand die als water voor ons is, die zorg voor ons draagt, ons extra vertroetelt. Deze mensen zijn levendig water. Door hen gaan we vanbinnen open, we groeien. We worden minder stug, minder eenzaam, minder kwetsbaar. We worden 'groen' en gaan weer leven.

'Kennen jullie mensen die als water voor jullie zijn? Die jullie een gevoel van warmte en blijheid geven wanneer je ze ontmoet? En jij zelf? Probeer jij ook af en toe iets te betekenen voor iemand? Vertel eens. Voor wie ben jij belangrijk, wie zorgt voor jou, voor wie zorg jij?' Ik luister. De kinderen luisteren naar elkaar. Spreken en luisteren. Aandachtig zijn. Het maakt ons menszijn bijzonder.

Zijn we nu échte kunstenaars? Natuurlijk. Elke mens, groot of klein, is een kunstwerk op zich. Elke mens die naar buiten brengt wat erin hem zit is een kunstzinnig wezen. We zullen het eens proberen. We schilderen op doek met acrylverf. We vormen een beeld van het gezin waartoe wij behoren. We vertellen via kleuren en vormen ons verhaal. Een verhaal van mensen die geconfronteerd worden met vreugde en verdriet. Donker en licht zijn deel van ons menszijn.

Dankbaarheid en verwondering vervullen mij. Het verhaal van deze jonge mensen raakt me. Ik raak aan mijn eigen verhaal. Een verhaal van hoop, geloof en liefde. Een gekleurde geschiedenis die zich verbindt met het leven van deze kinderen. Verbondenheid groeit doorheen de verhalen van geluk, verstoord leven, ziekte, hoop op genezing, afscheid. Met intense toewijding wordt er geschilderd. De gevoelens en de feiten krijgen vorm. Schoonheid ontstaat. Schoonheid door de puurheid, de echtheid, de ontmoeting.

Ik ben een bevoorrechte getuige van dit gebeuren. Elk kind begeeft zich in zijn wereld, geeft zijn stemming weer. We kijken samen naar elkaars werk. We luisteren en herkennen. We zien een wereld die vol licht en kleur is. We kijken verwonderd hoe er telkens weer andere kleuren aan de hemel verschijnen: hemelsblauw, zwart, geheimzinnig violet, vlammend rood. Grijze en witte wolken, regenbogen, vlinders, een blauwgroene zee. Zoveel beelden die symbool staan voor stemmingen, levensgevoelens.

Er wordt vreugde en pijn gedeeld. Alles gebeurt zachtjes. Wat zich vormt spreekt de taal van het hart. Het is de taal van de Kleine Prins. De bijzondere taal van deze Kleine Prinsen en Prinsesjes die ons duidelijk maken dat het wezenlijke voor de ogen onzichtbaar is. We worden oproepen om elkaar te ontmoeten met de ogen van het wezen, de ogen van het hart. Er wordt een zachtheid in mij gewekt wanneer ik mag omgaan met deze door het leven getekende jonge mensen. Hun diepe levenskracht raakt mij en roept mij op om mijn eigen levensweg in enthousiasme verder te gaan. Er leeft ook respect en verwondering in mij voor de mensen thuis, de dokters, verpleegkundigen, psychologen, voor alle mensen in het ziekenhuis die de kracht vinden om dag na dag in zorg en liefde deze kinderen nabij zijn. Dit alles bevestigt mijn vermoeden dat menselijke warmte een onmisbare schakel is, een bijzonder geneesmiddel, voor verdriet en verlies.

claire vanden abbeele,
uit Nu jij er niet meer bent, Lannoo